De ontmoeting tussen Donald Trump en Xi Jinping in Peking ging niet alleen over tarieven en handel, maar ook over de vraag of de Verenigde Staten bereid zijn om grote Chinese investeringen toe te staan. Trump wil graag miljarden of zelfs biljoenen dollars aan investeringen binnenhalen om zijn economische beleid te ondersteunen, maar in Washington wordt Chinees kapitaal gezien als een potentieel gevaar voor de nationale veiligheid en technologische penetratie.
Het opstellen van richtlijnen voor acceptabele sectoren voor Chinese investeringen blijkt een complexe taak te zijn. Sectoren zoals halfgeleiders, kunstmatige intelligentie, biotechnologie en infrastructuur worden met argusogen bekeken. Zelfs de aankoop van land in de buurt van militaire bases wordt met scepsis ontvangen. Trump staat voor een politieke uitdaging, aangezien een grote Chinese investering een felle reactie zou oproepen van anti-Chinese groeperingen binnen zijn eigen partij.
De Chinese investeringen in de Verenigde Staten zijn sterk gedaald, van 45 miljard dollar in 2016 tot minder dan drie miljard in 2025. Deze daling weerspiegelt een diepere verschuiving in het Amerikaanse strategische denken, waarbij China niet langer wordt gezien als een handelspartner in moeilijkheden, maar als een systemische concurrent. Dit heeft geleid tot strengere controles op buitenlandse investeringen en een uitbreiding van het concept van nationale veiligheid.
Voorbeelden zoals de geplande batterijfabriek van Gotion in Michigan tonen aan hoe zelfs investeringen die banen en technologie zouden kunnen opleveren, worden gezien als potentiële bedreigingen van de nationale veiligheid. Zelfs kleinere investeringen, zoals de aankoop van een pakhuis door een Chinees bedrijf, kunnen leiden tot onderzoeken en uitvoeringsbevelen. Het politieke klimaat in de Verenigde Staten is veranderd en Chinese investeringen worden met steeds meer argwaan bekeken.





























































